Skip to Content

API's kijken

Iedereen die mij een beetje volgt weet dat ik een grote fan ben van Linked Open Data. Het is een schitterende techniek om relaties tussen informatie zichtbaar te maken. Toch heeft het ook zijn nadelen. De grootste daarvan is dat je moet weten waarnaar je wilt linken: je kunt iemand anders ook alleen dan een link sturen, als je zelf die link al kent. Met Linked Open Data kun je dus niet zoeken. Er zijn gelukkig meer gereedschappen om informatie op Internet te gebruiken op een andere website. Zo ben ik zelf een groot liefhebber van WEB-API’s. Daarmee kun je in veel gevallen wel zoeken, ook als je niet precies weet waarnaar je op zoek bent.

De afkorting API betekent ‘Application Programming Interface’. Het is een techniek die computerprogrammeurs de mogelijkheid geeft vreemde computersystemen te gebruiken zonder dat ze meteen alles van die systemen hoeven te weten. Vergelijk het met autorijden. Je hoeft niet te weten hoe een auto werkt om erin te kunnen rijden. En je kunt moeiteloos van de ene auto naar de andere overstappen omdat je de API van auto’s kent, en omdat alle autobouwers er voor zorgen dat hun auto’s volgens die API werkt. De API van auto’s beschrijft onder andere dat een auto naar links gaat als het het stuur naar links draait, dat hij harder gaat rijden als je op het gaspedaal drukt, en dat je tot stilstand komt als je je voet op de rem zet. Wat moeilijk is aan het overstappen van een auto naar een (totaal) andere zijn de functies die buiten de API vallen.

WEB-API’s zijn bijzonder omdat ze via internet werken. Je kunt ze ook gewoon met je webbrowser benaderen. Klik bijvoorbeeld eens op http://nl.wikipedia.org/w/api.php?action=query&titles=Amsterdam&export . Je gebruikt nu de WEB-API van Wikipedia. Niet schrikken, de pagina die je krijgt lijkt in niets op een WikiPedia pagina, maar alle informatie zit er wel in. De informatie die je via een API krijgt is niet bedoeld om door mensen bekeken te worden. Ze is bedoeld om door andere websites verder verwerkt te worden. Facebook doet dat bijvoorbeeld. Als je daar op Amsterdam terecht komt, zie je wat Facebook gedaan heeft met de informatie uit de API van WikiPedia.

Het aantal WEB-API’s waar de internet programmeurs gebruik van kunnen maken groeit met de dag. Veel organisaties kiezen er ook heel bewust voor de informatie die ze beheren op deze manier beschikbaar te stellen. En dan heb ik het echt niet alleen over WikiPedia en Google. Als je als organisatie graag wil dat je informatie terecht komt bij de eindgebruikers, dan zorg je ervoor dat die informatie op verschillende manieren opgehaald en getoond kan worden.

Mijn favoriete WEB-API is die van het Nederlandse bedrijf ADLIB, dat software maakt voor collectiebeheer bij musea en bibliotheken. Hun API is van eenzame klasse en geeft slimme programmeurs de mogelijkheid complete museumcollecties te doorzoeken en op een eigen manier te presenteren. Als je dan ook nog bedenkt dat heel veel musea (in Nederland, maar ook in het buitenland) gebruik maken van ADLIB, dan voel je al aan welke rijkdom aan erfgoedinformatie hier voor het oprapen ligt. Let wel, dat kan alleen als de ADLIB musea het gebruik van de API voor hun  collectie toestaan, zoals bijvoorbeeld het Amsterdam Museum al gedaan heeft. Voor mijn eigen website maak ik ook al een hele tijd gebruik van deze API. Als je het menupunt ‘Premieres’ aanklikt, zie de theaterpremieres van vandaag (als die er zijn), zoals die zijn opgenomen in de database van Theater Instituut Nederland, waar ik tot voor kort heb gewerkt.

Het gebruik van WEB-API’s is volop in ontwikkeling. De techniek is er klaar voor, maar het wachten is grotendeels nog op instellingen die besluiten informatie op deze manier beschikbaar te stellen. Één ding is zeker: informatie- en kennisverslaafden zoals ik gaan gouden tijden tegemoet.

PS: Ik heb met opzet geprobeerd dit verhaal minder technisch te houden. Wil je technisch meer de diepte in, neem dan contact met me op. Ik vertel er graag meer over.



blog | by Dr. Radut